logo
Bond op zijn grootst: spektakel, ironie en iconografie in The Spy Who Loved Me (1977) © Production Company

Bond op zijn grootst: spektakel, ironie en iconografie in The Spy Who Loved Me (1977)

Er zijn van die momenten waarop een reeks zichzelf recht aankijkt en denkt: ja, dit is het. In 1977 gebeurde dat met Bond. Na wat wiebelige stappen koos de productie niet voor nuance of introspectie, maar voor lef. Groter. Helderder. Met plezier. De held mocht weer onaantastbaar zijn en de film stond daar zonder schaamte achter.

Je voelt het meteen. Dit is geen voorzichtig aftasten, dit is een statement.

Verhaal en toon

Britse en Sovjet-onderzeeërs verdwijnen van de radar. Dat is het excuus. Wat volgt, is een gedwongen samenwerking tussen James Bond en zijn Russische evenknie Anya Amasova. Samen stuiten ze op Karl Stromberg, een industrieel met een zeebasis en ideeën die net iets te ver gaan om nog gezellig te zijn.

Het verhaal houdt zich strak. Geen onnodige zijwegen. De toon blijft licht, maar nooit leeg. Ironie loopt hand in hand met dreiging en het tempo zakt nauwelijks in. Ik merkte bij een herziening hoe prettig dat werkt. Je hoeft niet alles te onthouden om mee te blijven. Je kijkt. Je gaat mee.

Regie en spel

Regisseur Lewis Gilbert weet precies waar hij op moet drukken. Actie krijgt ruimte, maar timing krijgt voorrang. Dat hoor je bijna niet meer, timing, maar hier maakt het verschil.

Roger Moore zit hier comfortabel in zijn vel. Charmant, zelfverzekerd en met een knipoog die nooit flauw wordt. Hij speelt Bond niet als grap, maar als iemand die zich bewust is van zijn reputatie. Dat helpt.

Barbara Bach houdt Anya koel en scherp, al trekt het script haar uiteindelijk toch richting een bekend patroon. Curt Jürgens maakt van Stromberg geen schreeuwer, maar een afstandelijke figuur, bijna klinisch. En dan is er nog Jaws. Richard Kiel hoeft nauwelijks te praten om indruk te maken.

Stijl en thematiek

Alles ademt jaren zeventig. Monumentale sets van Ken Adam. Een Bond-thema van Marvin Hamlisch dat groot durft te klinken, bijna romantisch. Technologie en Koude Oorlog-spanning vormen de onderlaag, maar ze drukken nergens zwaar.

Wat blijft hangen, is beeld. Iconen. De ski-jump met de parachute in Union Jack-kleuren is zo’n moment dat zich vastzet. Het is Bond als mythe, los van realisme, en de film weet dat. Hij doet geen moeite om dat te verbergen.

Context en losse observaties

Dit was de eerste Bond zonder leunend op een Fleming-verhaal. Volledig origineel. Dat dwong de makers tot keuzes en die pakten goed uit. Critici waardeerden de balans tussen humor en actie, het publiek liep warm voor pure ontsnapping aan de werkelijkheid.

In terugblikken komt deze titel vaak bovendrijven als het ijkpunt van het Moore-tijdperk. Niet omdat alles perfect is, maar omdat hier vastligt wat Bond op zijn meest uitbundig kan zijn.

Oordeel

★★★★½

Dit is Bond die weet wie hij is. Groot, strak geregisseerd en met zichtbaar plezier gemaakt. Sommige elementen voelen inmiddels gedateerd, maar de energie spat er nog steeds af. Wie wil snappen waarom 007 meer is dan een reeks films, zit hier goed.

Assendelft Communicatie | KvK: 50264494 | BTW: NL002081998B66

Op alle beeldmaterialen rust het copyright van de wettige eigenaar.