© Production Company
Live and Let Die (1973): Bond vaart mee op de golf van de seventies
Live and Let Die: Bond surft de seventies in
In 1973 slaat de James Bond-reeks een nieuwe weg in. Met Live and Let Die wordt niet alleen een nieuw hoofdstuk geopend, maar ook een duidelijke koerswijziging ingezet. Roger Moore neemt het stokje over van Sean Connery en introduceert een Bond die minder zwaar leunt op dreiging en meer op ironie en elegantie. De film omarmt openlijk de popcultuur van zijn tijd: funk, blaxploitation-invloeden en een lossere toon bepalen het ritme. Het resultaat is een Bond-avontuur dat niet altijd even strak is, maar wel duidelijk maakt dat 007 bereid is mee te bewegen met de veranderende smaak van het publiek.
Verhaal en toon
Bond hopt van New York City naar New Orleans en belandt uiteindelijk op een Caribisch eiland waar Dr. Kananga de scepter zwaait. Het verhaal leunt op een boek van Ian Fleming, maar neemt flinke zijpaden. De film speelt graag met humor en prikt geregeld door zijn eigen spanning heen. Dat pakt niet altijd goed uit. Soms zakt het in. Dan weer werkt het verrassend fijn. Je voelt dat de makers durven te gokken.
regie en spel
Guy Hamilton houdt het tempo hoog en zet in op spektakel. Moore is geen dreiging op twee benen, zoals Connery dat was. Hij is ontspannen, charmant, bijna nonchalant. Daar moet je van houden. Ik wel, meestal. Yaphet Kotto maakt van Kananga een tegenstander die blijft hangen, vooral door zijn fysieke aanwezigheid. Jane Seymour speelt Solitaire als een breekbaar mysterie, ergens tussen kracht en kwetsbaarheid.
Stijl, geluid en die tijdsgeest
Deze film ruikt naar de jaren zeventig. Soms lekker. Soms muf. De bootachtervolging door de bayous van Louisiana is nog steeds een staaltje puur filmplezier. Tarotkaarten, voodoo en occulte symboliek geven het geheel een licht hallucinerende onderlaag. En dan die titelsong. Paul McCartney schreef ’m met Wings en hij blijft meteen plakken. Zet ’m op en je zit er weer in.
context en scherpe randjes
Achteraf gezien snap je de keuzes. Een nieuwe Bond neerzetten zonder het publiek kwijt te raken is geen kunstje. Humor en eigentijdse invloeden moesten helpen. Tegelijk wringt het. De film bevat stereotypen waar je nu anders naar kijkt. Toen ging dat langs me heen. Nu niet meer. Juist daardoor voelt Live and Let Die als een tijdscapsule. Niet altijd comfortabel, wel eerlijk over zijn moment.
Waardering
★★★★☆
4 van 5
Live and Let Die is niet de meest verfijnde Bond, maar hij heeft karakter zat. Het begin van een fase waarin 007 meebeweegt met de smaak van de straat. Met hobbels, ja. Met flair ook. Als je wilt zien hoe Bond zichzelf opnieuw uitvindt terwijl de wereld om ’m heen verandert, dan is dit er eentje die je bijblijft.