logo
Thunderball (1965): Bond op zijn grootst, en soms op zijn traagst © Production Company

Thunderball (1965): Bond op zijn grootst, en soms op zijn traagst

Met Thunderball bereikte de James Bond-reeks midden jaren zestig een stadium van maximale ambitie. Alles moest groter dan voorheen: de dreiging, de locaties, het budget en het zelfvertrouwen. Als vierde optreden van Sean Connery als 007 voelt de film minder als een vervolg en meer als een demonstratie van macht. Het resultaat is een iconisch Bond-avontuur dat zijn stempel drukte op de serie, maar tegelijk laat zien wat er gebeurt wanneer schaal belangrijker wordt dan vaart.

Een dreiging die vooral groeit, niet versnelt

Het uitgangspunt is simpel en absurd tegelijk: een internationale misdaadclub jat twee kernwapens en zet de wereld een mes op de keel. Bond krijgt een deadline. Geen ruimte voor fouten. De route voert hem naar de Bahama’s, waar luxe resorts en fel zonlicht botsen met het idee van totale vernietiging.

De film kiest niet voor verrassingen maar voor opstapeling. De inzet stijgt constant, het tempo niet altijd. Vooral wanneer de plot verzandt in uitleg en voorbereiding, zakt de vaart weg. Je voelt dat de film z’n eigen gewicht begint te dragen.

Connery weet precies wie hij is

Regisseur Terence Young keert terug en dat merk je meteen. Alles staat strak, glanst en ademt controle. Sean Connery hoeft nauwelijks meer te acteren. Hij is Bond. Spottend. Onaantastbaar. Met dat lichte grijnsje dat zegt: ik heb dit al eerder gedaan, en beter.

Niet iedereen om hem heen krijgt dezelfde ruimte. Adolfo Celi maakt indruk als Emilio Largo, vooral visueel. Dat ooglapje blijft hangen. Wat ontbreekt is lichtheid. Hij is dreigend, maar nooit echt speels. Claudine Auger brengt als Domino emotie in het verhaal, al reageert haar personage vaker dan dat ze handelt. Het voelt alsof er meer in zat.

Onder water ligt het probleem én de trots

Thunderball wil laten zien wat cinema kan. De onderwaterscènes waren destijds een technische krachttoer en dat zie je nog steeds. Ze vormen het kloppend hart van de film. En tegelijk het grootste struikelblok.

Wat ooit adembenemend was, rekt nu uit. De spanning verdunt. Je begrijpt waarom men onder de indruk was, maar je voelt ook waarom latere Bond-films strakker zouden snijden.

Onder al dat spektakel sluimert iets herkenbaars uit de jaren zestig: angst voor een vijand zonder gezicht. Geen vlag. Geen land. Alleen macht en geld. Bond zelf verandert hier definitief in een merk. Gadgets, exotiek en schaal krijgen evenveel aandacht als karakter. Misschien zelfs meer.

Kleine feiten die veel zeggen

De film kende een rommelige ontstaansgeschiedenis door juridische ruzies rond het verhaal, dat al eerder als boek bestond. Het budget ging door het dak en dat zie je terug in elke locatie, elk decor. En dan die titelsong. Tom Jones zingt alsof z’n longen op het spel staan. Bombastisch. Net over de rand. Precies passend.

Al decennia hoor je dezelfde reactie terug: indrukwekkend, maar minder strak dan wat ervoor kwam. Die kritiek klopt. En toch blijft de film staan.

OmniGuide-rating

★★★★☆

Niet omdat alles klopt. Maar omdat hier het beeld van Bond wordt vastgezet waar de wereld hem nog steeds op herkent. Als je wilt snappen waarom 007 uitgroeide tot een cultureel fenomeen, moet je hier zijn. Zelfs als je af en toe even op adem moet komen.

Assendelft Communicatie | KvK: 50264494 | BTW: NL002081998B66

Op alle beeldmaterialen rust het copyright van de wettige eigenaar.